Paula Modersohn-Becker 1876 – 1907

Arno Gelderblom

In de serie gedreven vrouwen in de kunst wil ik het deze keer hebben over Paula Modersohn-Becker. Zij is een Duitse kunstenares. Niet zo heel erg bekend, anders dan bijvoorbeeld Käthe Kollwitz. Maar ze is wel heel baanbrekend geweest voor de vroege moderne kunst. Weinig bekend onder een groot publiek, maar veelgeprezen onder een kleiner publiek.
Je hoeft niet ver weg te gaan om werken van haar te zien. In het Gemeentemuseum in Den Haag en in het Stedelijke Museum hangen enkele van haar werken. Maar het meeste werk is te zien in en om Bremen. Ik ben van huis uit protestants dus met rooms-katholieke onderwerpen als bedevaarten en heiligenverering ben ik niet opgegroeid. Voor Paula Modersohn-Becker – ik durf dit nu wel toe te geven – heb ik wel een bedevaart gemaakt. Ze is misschien wel een soort van kunstheilige voor mij. De bedevaart was een bezoek aan het dorp van de kunstenaarskolonie in Duitsland in de buurt van Bremen waar ze haar artistieke leven leidde. Dat is in de kunstenaarskolonie Worpswede.

De heiligen-verering gaat zo ver, dat ik al een jaar bezig ben het Stedelijk Museum in Amsterdam ervan te overtuigen dat ze een storende fout uit een zaaltekst bij een werk van haar moeten halen, maar dat terzijde.

Wat is zo boeiend aan deze vrouw? In de eerste plaats: zij was één van de eerste vrouwen, die in haar werk van de gebaande wegen afging en experimenteerde onder de invloed van fauvisten en expressionisten. Ze was haar tijd, in de jaren 1900-1907, ver vooruit.  Maar ook haar werk en leven raken mij persoonlijk.  Daar zal ik verderop nog wat over schrijven.

Bij de vorige artikelen over gedreven vrouwen in de kunst stonden vooral lijden in het leven en de dood centraal. Bij Paula Modersohn-Becker zijn juist het zoeken naar het geluk in het leven en het moederschap belangrijk. Niet dat dat echt van een leien dakje ging bij haar; het verlangen naar een kind, verdriet over tegenslagen en verlies, ook dat is terug te vinden in haar werk.
Paula is baanbrekend omdat zij als één van de eerste vrouwelijke kunstenaars vrouwen naakt schildert, ook zichzelf. Voor het eerst de naaktheid op doek gezet met de blik van een vrouwelijke kunstenaar, niet door mannelijke kunstenaarsogen. Ook schildert zij  vrouwen en kinderen zoals ze echt zijn, zonder romantiek of naar een bepaald schoonheidsideaal. Ze laat juist mensen zien die getekend zijn door harde levensomstandigheden en kinderportretten die niet passen in een burgerlijk-romantisch ideaal. De vrouwen worden sterk, zacht, rond en blozend in de kracht neergezet. Ze worden niet als heiligen neergezet.

Centraal in het werk van Paula staan groei en vergankelijkheid. Groei is vaak te zien in haar kinderportretten die vrolijkheid en puurheid uitstralen. De vergankelijkheid in mytische landschappen en stillevens met melancholie en de eindigheid van het menselijk bestaan. Dat ervoer ik ook zelf bij die bedevaart. In het museum in Bremen pal naast de kerstmarkt, één en al plezier en levensvreugd, in het dorp Worpswede op de verstilde winterdag eenzaamheid en melancholie.
Ik merk zelf dat ik voor beide ook heel gevoelig ben. De vreugde en plezier van gezelligheid, kunst, muziek en een goed gesprek, maar ook de verstilde momenten waarin de kwetsbaarheid van het leven voelbaar wordt. In mijn eigen leven dient het zich soms aan bij de zorg rond mijn dementerende vader. Momenten van mooie gesprekken, maar ook verdriet van het haperende geheugen. Vervliegende herinneringen aan voorbije mooie momenten en onzekerheid over de toekomst. Ook in het leven van Paula Modersohn-Becker komt dit naar voren. In de groei verlangt ze heel erg naar een kind en in 1907 wordt ze ook moeder van een dochter. Alleen, 18 dagen na de bevalling overlijdt Paula op de leeftijd van 31 jaar.
Er is net in Nederland een vertaalde biografie verschenen geschreven door Marie Darrieussecq. In Duitsland is begin dit voorjaar een speelfilm in roulatie gekomen over haar werk en leven. Nog niet uit in Nederland, maar de vrije dagen na Pasen heb ik een museumuitstapje gemaakt naar Essen en Dǖsseldorf en daar de film gezien. Uiteraard in enkele musea nog een paar werken van Paula bewonderd.