In staat van genade

In staat van genade
Ton Meijknecht

Sterke vrouwen, Jeanne d’Arc was er ongetwijfeld een. Met een stel mensen zijn we naar het theater geweest en hebben haar op het toneel gezien. Maar het stuk kon me niet overtuigen. Veel te romantisch. Haar leven werd verkleind tot een preuts dilemma tussen de liefde voor een man en haar heilige roeping.
Ik ben gaan zoeken en kwam een veel interessantere persoon tegen, echt een sterke vrouw. Stel je voor. Een achttienjarig Frans boerenmeisje dat niet eens kan lezen of schrijven staat terecht voor de onheilige Inquisitie op beschuldiging van ketterij. Haar rechters zijn gedoctoreerde theologen. Hoe staat ze daar? Zo authentiek. Dat heeft me getroffen.

Ik moet dan even iets meer vertellen. Het is 1431 en Jeanne heeft een militaire doorbraak geforceerd. Ze heeft de Franse legers het moreel teruggegeven en die kunnen nu opeens weer op tegen de verzamelde Engelse en Bourgondische troepen. Orléans en Reims worden heroverd. Voor een meisje van achttien geen klein ding. Toch is dat nog niet wat mijn bewondering oproept. Je kunt dat allemaal toeschrijven aan de gunst van de omstandigheden. Dan een tweede feit. Ze groeit uit tot een geduchte speler op het internationale veld. Haar vijanden overleggen hoe ze haar kunnen elimineren. Ze slepen haar voor het gerecht en in een politiek proces wordt ze veroordeeld tot de brandstapel.
Een gruwelijk lot. Alleen al dat je de geur van je eigen verbrande vlees ruikt. Maar ook dat kan me nog niet overtuigen. Politieke moorden komen vaak voor en zeggen meer over de daders dan over het slachtoffer.
In 1921 ontdekt men een manuscript met de woordelijke verslagen van het proces van Jeanne. Wonderlijk dat die bewaard zijn. Daarin krijg je een beeld van de vrouw te midden van al die verwikkelingen. Hoe ze zich voelde in de mannenwereld van het leger en de kerk. En hoe ze haar roeping ontving. En hoe ze volstrekt zichzelf bleef. De inquisiteur spant een valstrik en stelt haar de vraag of ze in Gods genade staat. Had ze ja gezegd, was ze veroordeeld voor hovaardij, want welke sterveling kan weten of hij genade gevonden heeft. Zegt ze daarentegen nee, dan tekent ze even goed haar vonnis, want dan geeft ze haar zonde toe. En dit is wat ze antwoordt: ‘Als ik niet in staat van genade ben, moge God me dan daarin brengen; en als ik er wel in ben, moge God me dan daarin bewaren.’
Dat is de uitspraak die me overtuigt van haar kracht. Niet zozeer dat ze de inquisiteur met zijn valstrik liet afgaan. Daar ging het haar niet om. Het was vanaf het begin al duidelijk dat ze niet zou ontkomen aan een veroordeling. En ook niet dat ze een slimme theologische redenering had opgezet, wonderlijk voor een ongeletterd boerenmeisje. Maar dat ze zich totaal niet bekommert om wat anderen denken. Ze gaat kalm haar eigen weg. Ze zegt wat ze voelt. Zelfs in levensgevaar wankelt ze niet. Dat maakt haar zo authentiek.
In 1928 vormt het proces-verbaal van haar verhoor de basis voor de klassieke stomme film ‘La passion de Jeanne d’Arc’ van Carl Dreyer. Renée Falconetti speelt de rol van Jeanne, een glansrol en haar enige glansrol. In de stilte spreekt ze aandoenlijke woorden. In zwart-witte beelden geeft ze kleur aan een dapper leven. Zou Kees van der Kooij daar misschien eens over willen schrijven? Mij gaf de film een overtuigend beeld van een heilige.