Leesgroepen: Martin Buber

Otto Kroesen

Martin Buber (1878 – 1965), in Wenen geboren als zoon van een praktiserende Joodse familie, heeft later met dit strenge Jodendom gebroken. Hij is bekend geworden door zijn studies in de chassidische traditie maar heeft ook veel gepubliceerd op het gebied van de filosofie en de Joodse bijbel. Met Rosenzweig is hij in 1925 begonnen aan de vertaling van de Hebreeuwse bijbel in het Duits. Na de dood van Rosenzweig heeft hij dat in zijn eentje afgemaakt. Zijn filosofische, maar ook theologische methode wordt samengevat in het bondige boek ‘Ich und Du’, verschenen in 1923, in het Nederlands vertaald met ‘Ik en Gij’.

Buber heeft altijd gezocht naar de universele betekenis van zijn joodse levensovertuiging, maar heeft zich ook aangesproken geweten door een mystieke stem in alle dingen. Een stem die ons aanspreekt en roept en in ons geheel in beslag neemt klinkt tot ons van alle kanten. Dat is de betekenis van de ik-gij relatie, de relatie met de tweede persoon. Het zijn niet alleen mensen, maar ook gebeurtenissen en dingen die ons zo aan kunnen spreken. Daartegenover staat de ik-het relatie: daarin wordt ik niet omvat door indrukken van alle kanten, maar daarin leg ik beslag op de dingen. Dat is een heel andere opstelling. Het is de opstelling van de objectiverende wetenschap. Buber is er alles aan gelegen de ik-gij relatie van die objectiverende relatie te onderscheiden. Daar gaat dit werk over.

In het existentialisme – denk aan Marcel, en Jaspers – en in de volwasseneneducatie – bijvoorbeeld Freire en Negt – heeft Buber heel veel invloed gehad. Mensen vinden zichzelf en groeien aan dit ‘Gij’. Buber kon die invloed des te gemakkelijker hebben omdat hij meer dan Levinas, Rosenzweig of Rosenstock-Huessy filosoof blijft in de gebruikelijke westerse traditie: hij gaat uit van het ik dat zichzelf ontwerpt. Bovendien heeft hij wel de kritiek gekregen dat hij te ‘heidens’ was: ook in niet joodse of niet-christelijke tradities zocht hij dit ‘Gij’ dat ons aanspreekt. Maar misschien zocht hij in die tradities toch eigenlijk ook vooral wel het joodse ‘Gij’.

Dat kan de lezer zelf beoordelen, want met wie mee wil doen gaan we dit boek lezen. Wij besteden er drie avonden aan en bespreken telkens een derde deel van het boek. Wij reserveren een zaterdag om het geheel te overzien en wat lijnen te trekken rondom dit werk.

Wij lezen het werk in de vertaling van Marianne Storm, verschenen bij Bijleveld, 2010 € 18,50

Bijeenkomsten op donderdagavond 29 januari en 12 februari | dinsdagavond 24 februari | zaterdag 7 maart. ’s Avonds 20.00 tot 22.00 uur, op zaterdag in overleg. 
Opgeven bij Alie Ekkelkamp of Otto Kroesen