Landlopers

Ria Breugem

Het Jeroen Bosch jaar is bijna voorbij. U heeft hem dus ongetwijfeld voorbij zien komen: het paneel met de Marskramer, ook wel de Landloper genoemd. Zelf noemde hij het werk aanvankelijk de Verloren Zoon.
Jeroen Bosch moet de landlopers gezien hebben als ze in zijn stad langskwamen om aan te schuiven aan de tafel der armen, ook wel Tafel van de Heilige Geest genoemd.

Op de boerderij van mijn grootouders kwamen ze ook met enige regelmaat langszij: mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats, die liefdevol werden gevoed door mijn grootmoeder en mochten slapen in de hooiberg. Zij liepen over de velden van boerderij naar boerderij, een soort nomaden. Dat was voor mijn tijd!
Als kind maakte ik mij een voorstelling als afgebeeld bij het aanhoren van de parabel opgetekend door Lucas: berooid, gehavend en platzak keert de zoon de zonde en de verleidingen de rug toe.
Het kattenvel en de pollepel, verwijzend naar spilzucht en onheil nog duidelijk  zichtbaar aan de korf (mars) gebonden. De varkenstrog binnen handbereik (op de foto niet zichtbaar) De dolk in de schede om gevaar het hoofd te bieden. Een stok om de duivelse hond van je af te slaan. Een varkenspoot als amulet op de borst voor een beetje geluk. Wat er ìn zijn mars zit wordt niet vermeld, maar hij is omgekeerd.

Later pas begrepen dat dit veelvuldig gebruikte schilders- en letterkundig motief  voor
meer staat dan die enkele landloper. Zijn we wellicht allen landlopers? Op zeker moment beseffend dat de levenstocht is uitgelopen op eenzaamheid, onvervulde verlangens en behoeftigheid, niet wetend waar we het zoeken moeten. En we dus net zo beklagenswaardig zijn als de Verloren Zoon uit de parabel. Blijven we met onze volle buiken niet gewoon hongerig en ondanks de drank niet gewoon dorstig zoeken naar een vervullend leven?  Zolang we ‘leuke dingen‘ kunnen blijven doen en vol in het leven staan voelt het vaak niet zo en haasten we van het ene hoogtepunt naar het andere. Maar als dat minder wordt of ophoudt, dan voelen we plots de leegte en beschouwen we ons leven al snel als voltooid. Maar zou dit niet juist hèt moment kunnen zijn om onszelf eens nader te beschouwen, te beseffen dat we meer zijn dan een lichaam of een brein. Om misschien ook eens aan te schuiven aan die Tafel der armen, want is die misschien juist bedoeld voor de ‘armen van geest’?

Wellicht dat er zo meer betekenis aan ons levenseinde te geven is. Misschien is ons levenseinde wel van de allergrootste betekenis! Misschien is ons leven pas voltooid als we een glimp hebben opgevangen van ons werkelijke bestaan. En moeten wij ons tot die tijd oefenen in het van ons afhouden van die akelige hond die ons in de kuit heeft gebeten. Laten we beginnen om de dolk die ons zou moeten verdedigen in de wilgen te hangen en onze weg vervolgen. Onze weg omgekeerd en ja dan moet je wel wat ‘in je mars’ hebben….