Motiv gelooft in het hier en nu

Hans van Drongelen

Als team van pastores, ondersteund door stagiaires, proberen wij open oog te houden voor wat er in onze tijd gaande is. Uitwisseling van ervaringen met collega’s aan de andere kant van de oceaan scherpt onze blik.

‘Ik heb altijd gedacht dat jullie een eindje op mij voor waren, maar dat moet ik bijstellen.’ Woorden van theoloog en vriend dr. Thomas Beaudoin die op Fordham universiteit in de Bronx in New York Praktische Theologie doceert. We zitten als team met hem in een restaurant om terug te kijken op de conferentie waar wij voor uitgenodigd zijn. Dit ging over de effecten van migratie op alle onderdelen van het leven. Een conferentie zoals Beaudoin in zijn inleiding had gezegd dat gericht was op allerlei vormen van grensovergangen. ‘We zijn bijeengekomen om van elkaar te leren, van onszelf en van de stad.’

De stad is overal, in allerlei gedaanten en sferen. Om het restaurant te bereiken moeten we door een duistere steeg naar een kleine binnenplaats waar een wat wrak uitziend pand staat. Hier ondergaat de stad een verandering, van verwaarlozing en afbraak naar herstel. Naast onbewoonbare krotten liggen uiterst trendy winkels in helder licht, bevolkt door goed geklede jonge mensen. Een wereld vol tegenstellingen. Dit is de wereld die Beaudoin en ook ons intrigeert. Op dit terrein vinden wij elkaar. Zo zien we ook onze plaats in de wereld: deel van een veranderende geloofscultuur en getuigen van nieuwe gedaanten waarin we een teken zien dat aandacht voor het goddelijke niet heeft afgedaan.

Maar die avond, door de opmerking van Tom, werd ook ineens zichtbaar dat er toch ook een groot verschil zit in onze kijk op geloof en wereld. Toms waarneming dat we minder ver van traditie verwijderd waren dan hij dacht, was voor hem een teleurstelling. Het klonk bijna als een verwijt. Tegelijk was het een moment van verlichting, voor onszelf, en mogelijk ook voor onze gesprekspartner. Hij noemde zich bewust ‘post-katholiek’ en ‘post-christelijk’, labels die wij niet op onszelf zouden toepassen. De gedachte dat we aan het katholieke of christelijke voorbij zouden zijn, kunnen we niet beamen. Integendeel, we maakten hem duidelijk dat dit een tijd is waar het juist op de ware betekenis van katholiek of christelijk aankomt.

Hem begrijpen deden we wel. Voor hem was het ondragelijk te leven met een kerk die op zo veel terreinen van het leven, vooral ook op het seksuele, de fout in was gegaan in het verleden. Daarvan moest hij zich van distantiëren en voelde hij zich solidair met de mensen die beschadigd en geschokt de kerk achter zich lieten. Hij weet zich in een tijd van ‘erna’, weg van het instituut. Wij maakten duidelijk dat wij in een tijd van het ‘hier en nu’ leven. Daar hoort het instituut kerk bij als deel van onze afkomst. De geest van Oude en Nieuwe Testament, de stemmen van wetgevers en profeten, zijn allerminst voorbij. We kunnen niet zonder! Is die samenleving van ons wel zo ‘post-christelijk’ als hij stelt? Als je je te hard opstelt als ‘post-christelijk’ zie je het christelijke karakter van je eigen wereld mogelijk niet. Juist dat zou een groot gemis zijn. Waar we elkaar het meest in herkennen is in het verlangen naar nieuwe impulsen, nieuwe manieren van zien en ervaren. Daarin ligt de openbaring voor onze dagen.