Herinneringen aan professor Harry Kuitert

Renske Oldenboom

Begin september is Harry Kuitert overleden. Hij is 92 jaar geworden. Toen ik hem bij het feestje ter gelegenheid van zijn 90e verjaardag meemaakte, was hij nog behoorlijk scherp, alhoewel hij me niet meer herkende, ben ik bang.

Tot dan toe was dat steeds wel het geval geweest. Ik heb best wel wat aan Kuitert te danken. Hij was de professor die aan jou als 20 jarige student vroeg hoe het met je ging. Die bij het afstuderen aan je vroeg: ‘en, ben je van plan te promoveren?’ terwijl je zelf nog nooit op dat idee gekomen was.

Ook waren zijn colleges, herinner ik mij, verreweg de leukste van de theologiestudie. Hij had de meeste doctoraalstudenten aan de faculteit en daar was ik er één van. Hij wist veel vrouwen en ook  relatief veel getalenteerde theologen voor het vak te interesseren.

Naar college gaan bij Kuitert was een feest,  vooral in de doctoraalfase. Niet alleen waren de colleges verre van saai, er werden ook debatten georganiseerd over allerlei ethische onderwerpen. We behandelden bijvoorbeeld onderwerpen uit de medische ethiek, waarin vragen aan de orde kwamen als: ‘hoe moet je omgaan met kinderen die met een (groot) gebrek geboren worden’ of ‘moet in vitro fertilisatie (ivf behandeling) vergoed worden door de verzekering’.

Bij Kuitert werd de theologie concreet, actueel en ‘voor de wereld’. Een geëngageerd theoloog en wetenschaper, die met zijn innemende persoonlijkheid en openhartige, scherpe vragen veel jonge mensen wist te boeien en te stimuleren om zelf ook met wetenschappelijke nieuwsgierigheid de theologie en de ethiek te onderzoeken.

Waarom vertel ik dit? Misschien wil ik wel iets rechtzetten van het beeld dat van Kuitert is ontstaan als criticus van het traditionele geloof. Maar veel meer nog wil ik laten zien, hoe jonge mensen worden gestimuleerd door kritische, onafhankelijke, betrokken wetenschappers als Harry Kuitert om hun eigen weg te zoeken in het leven, hun vak en de toekomst.

Ook aan de TU zijn zulke inspirerende wetenschappers te vinden. Mensen die een hele generatie jonge vakgenoten weten te motiveren en hen te stimuleren om na te denken over een goede toekomst en de oplossing van maatschappelijke problemen. Zij zijn belangrijk voor studenten en voor de wetenschap.

En of het nu theologie is of techniek (een wereld van verschil): in beide wetenschappelijke invalshoeken zijn in onze gecompliceerde maatschappij bevlogen wetenschappers broodnodig. De techniek kan niet alle problemen oplossen, evenmin als de theologie.

In onze maatschappij is het geloof in de techniek vaak groter dan het geloof in de theologie. Maar laten we de theologie niet onderschatten. Reflectie op de kwetsbaarheid van de mens, de plaats van de mens in deze wereld  en de zin van leven en lijden blijven ook in een eeuw van techniek belangrijk: waar zijn de sporen van Gods aanwezigheid te vinden in deze wereld? Een pleidooi dus voor een nieuwe theologie, anders, maar net zo vrijmoedig als die van Harry Kuitert. Laten we niet te bang zijn om juist vanuit de theologie dat gesprek met de bevlogen wetenschappers uit de wereld van techniek aan te gaan.