Geschiedenis

Er waren twee motieven om het studentenpastoraat oecumenisch te maken. Sommigen hadden een lange looptijd en anderen hadden een korte. De korte termijn motieven waren nogal pragmatisch van aard, terwijl de andere veel dieper ingrepen.

Laat ik beginnen met de lange termijn. Tijdens de twee wereldoorlogen die de twintigste eeuw geteisterd hebben, kwam het autisme van het Europese denken genadeloos aan het licht. Staten hoefden zich volstrekt niet te storen aan andere staten, naties deden alsof zij de enige waren in de hele wereld. En eigenlijk opereerden kerken niet anders. Ze waren in de eeuw ervoor door een herstructurering heengegaan die ze weliswaar intern sterk, maar extern eenzelvig had gemaakt. Kerken waren voor de eigen leden een rots in de branding, een zuil, een bedreigde burcht. Ze meenden zich te moeten verweren tegen de woeste storm van de moderniteit. Tegen dit in zichzelf gekeerde denken werd in 1949 in Amsterdam de Wereldraad van Kerken opgericht. En niet lang daarna in Nederland de eigen Raad van Kerken, waar ook de katholieken aan deelnemen.

Oecumene is een beweging die evenwijdig loopt aan de Europese eenwording. Nooit meer oorlog, nooit meer vijandbeelden, dat was de leuze. Samenwerking in de plaats daarvan. Jan Falkenburg, mijn oudste collega in 1978 toen we besloten om samen te gaan, had om deze reden tijdens de oorlog besloten om theologie te gaan studeren. In zijn deftige liberale familie was dat een schok. Maar hij ging zijn eigen gang. Zijn grote voorbeeld was Karl Barth die zich elk jaar afvroeg of hij als overtuigde calvinist niet moest terugkeren naar de kerk van Rome. Barth kwam elk jaar tot de conclusie dat het helaas weer onmogelijk was. Maar lokaal binnen Delft lagen de zaken anders. Wij stonden voor een en dezelfde taak, we begrepen en respecteerden elkaar. En we zagen nieuwe kansen voor ons. Steeds meer mensen trouwen met een partner uit een andere of ook geen kerkelijke traditie. Het vraagstuk van de kernbewapening ging ons allen aan. De wereld werd toen steeds duidelijker globaal. Global village noemen we dat nu. Daaraan wilden we meedoen.

Een korte termijn overweging was dat we op deze wijze de afnemende belangstelling voor de kerk zouden keren. Dit gelegenheidsmotief heeft ons bedrogen en we hadden het kunnen weten, want het was een zwak argument. Aanvankelijk trokken we in de Lutherse kerk zeer volle zalen. Ik herinner me dat we in het begin regelmatig op het balkon moesten zitten omdat het beneden te vol was. Dit is een vals motief gebleken. Hier zijn we door de gebeurtenissen terechtgewezen. Maar gebleven is het lange termijn motief. En dat motief geldt nu nog even sterk, zo niet sterker dan toen. Eenheid in plaats van verdeeldheid, nu dan in de relatie tussen christenen en moslims en tussen autochtonen en allochtonen: nog steeds ligt de dreiging van autisme op de loer. Daarom bepleit ik de voortzetting van onze oecumenische opzet. We zouden daar best eens wat trotser op mogen zijn.

Ton Meijknecht
2009