Thuis

Ria Breugem

Ik heb altijd gedacht dat ‘je thuis voelen’ in jezelf zit”, zegt Hani Almeer in een interview in de Delft op Zondag (17 juli). Hani is een Syrische statushouder die sinds anderhalf jaar in Delft woont. Hij heeft heimwee naar zijn land, zijn familie en zijn vriendin die hij voor vertrek al zes jaar kende en die mogelijk nooit naar Nederland zal kunnen komen. Hani is geïntegreerd met zijn stroopwafels en drop op tafel, zijn inschrijving aan de universiteit op zak, zijn dienstverlening als tolk voor vluchtelingenwerk en zijn aardige beheersing van de Nederlandse taal.

Maar geïntegreerd zijn is blijkbaar iets anders dan je thuis voelen, daarvan getuigden ook vele Turkse Nederlanders deze zomer.  

Mijn thuis is behalve het dak boven mijn hoofd ook de plek waar ik mij thuis voel. Het is mijn vertrekpunt vanwaar ik de wijde wereld intrek om er weer naar alle tevredenheid terug te keren. Ik ben mij steeds meer bewust van die veilige haven en ik voel me daar ook thuis bij mezelf, hetgeen betekent dat ik er rust ervaar. Dat is wat Hani ontbeert zei hij mij: rust. Hani blijft verlangen naar alles wat hem lief en vertrouwd is en dat geeft onrust. Ook andere verlieservaringen kunnen maken dat je huis niet langer als thuis aanvoelt en dat je je ook niet langer thuis voelt bij jezelf. Een ervaring van onrust en vervreemding. De herinnering en het verlangen houden je gevangen.

En dan hebben we het nog niet gehad over je thuis voelen bij de ander. Je welkom en veilig weten, begroet worden.  Je herkennen in de ander werkt daar ook in belangrijke mate aan mee.

Vervreemding kan ook optreden als je je niet langer thuis voelt in de wereld. Als er dingen gebeuren die je niet kunt bevatten. Dat kan er zelfs toe leiden dat je ervoor kiest om een einde aan je leven te maken getuige een rouwadvertentie van 9 augustus j.l   “ Niet meer hoeven lezen over terreur, niet meer hoeven lezen dat er een idioot zich heeft opgeblazen” Ik denk dat mijn toekomst er nu meer rooskleurig uitziet”

Dat laatste is dan wel weer boeiend: geloven in een rooskleurige toekomst na de dood.

Welke referentie ze daarbij heeft/had werd niet vermeld. Maar zou een oriëntatiepunt buiten jezelf juist niet helpend zijn om het hier vol te houden? Dat lijntje met boven waardoor je niet verdwaald, niet in jezelf, niet met en niet zonder de ander en niet in de wereld. Erop vertrouwen dat we als ‘verloren zonen’ altijd weer zullen thuiskomen. Het Goddelijke als een soort ‘tom-tom’

De herinnering aan je thuis kan zomaar aangewakkerd worden door geuren en kleuren of door een lied. Maar misschien zit die herinnering ook opgeslagen in je lichaam. Laatst vertelde iemand in dat kader dat hij op bezoek in zijn geboortestreek weer de jeugdigheid van weleer in zijn lichaam ervoer. Was bijna weer over dat slootje gesprongen. Zit die herinnering  opgeslagen in je lichaam of heeft dat te maken met het feit dat ieder land/streek zijn eigen trillingsniveau heeft, zoals ik onlangs las?

Hoe zit het eigenlijk met de Herinnering aan God? Jonge kinderen kunnen die nog hebben, weten waar ze vandaan komen. In ons volwassen leven zijn we dat weten meestal kwijtgeraakt. We moeten er opnieuw aan herinnerd worden. Mooi woord eigenlijk: her-inneren. Wat een rust zal dat geven…

reacties: breugem-keijzer@planet.nl