Vluchtelingen verdienen (onze) steun

Mechteld van Doorninck

De inkt op mijn contract als correspondent van deze Berichten was nog niet droog (nee hoor, zo erg was het nu ook weer niet) toen de eerste opdracht al meteen binnenkwam. Of ik naar de bijeenkomst wilde gaan die door de Raad van Kerken van de Protestantse kerken van Delft werd georganiseerd over het omgaan met de vluchtelingen die op dit moment ons land en onze stad binnenkomen. Natuurlijk wilde ik dit, en op 1 december fietste ik naar de Oude Kerk. Het was al goed druk toen ik aankwam.

De opening werd verzorgd door ds. Arnold Vroomans, voorganger van de gemeente Binnenstad-Vrijenban. Wat mij uit zijn boodschap vooral is bijgebleven was de uitspraak: Een droom blijft een droom als deze uitsluitend van jezelf is. Oftewel, een droom kan pas uitgroeien wanneer je deze met je omgeving deelt.
Vervolgens kregen drie Delftse initiatieven en een woordvoerder van de gemeente Delft de kans zich aan dit publiek te presenteren en te laten zien op welk vlak zij de naar Delft gekomen vluchtelingen ondersteunen.

Allereerst was het woord aan Stefan van der Stappen van de gemeente Delft. Hij maakte even een kort rekensommetje met ons: de doelstelling voor 2015 is om nog 170 mensen te huisvesten binnen Delft. Op deze avond in deze kerk waren al meer mensen aanwezig. Hij legde allereerst uit dat er verschil dient te worden gemaakt tussen vluchtelingen, statushouders en vergunninghouders. De keten werkt als volgt: een vluchteling komt in Nederland en meldt zich bij een azc. Daar wordt zijn of haar verhaal gecontroleerd, of het land van herkomst echt onveilig is. Deze procedure duurt ongeveer een jaar. Als alles klopt, krijgt deze persoon een status. Deze geldt voor vijf jaar. Wanneer na deze vijf jaar de situatie in zijn thuisland verbeterd is, is terugkeer het doel. Is dit niet het geval, dan pas zal deze persoon een definitieve verblijfsvergunning krijgen. Statushouders verblijven niet meer in een azc, maar worden verdeeld over de Nederlandse gemeenten. Voor komend jaar is de verwachting dat 300 of meer statushouders in Delft gehuisvest zullen worden. En dat vraagt inspanning van zowel gemeente als bewoners als de betrokken statushouders. Maar ze krijgen daarbij hulp van verschillende initiatieven.

Participe (onderdeel van Delft voor elkaar) is zo’n initiatief. Cherif Jeffali benadrukt meteen dat waar we spreken over statushouders dit dus nu ook direct Delftenaren zijn, inwoners van onze gemeente. Hij licht toe hoe Participe de statushouders helpt met de zakelijke, organisatorische kant van hun komst hier. De administratieve handelingen zoals het aanvragen van een BurgerServiceNummer, aanmelden bij huisarts en tandarts, corresponderen met allerlei instanties. Dit naast het stimuleren van het vormen van een sociaal netwerk en het oplossen van de taalbarrière. Dit is een traject van zes maanden, georganiseerd door zowel professionals als vrijwilligers vanuit het kantoor in

buurtcentrum De Vleugel aan de Aart van der Leeuwlaan. Daarna worden de mensen geacht zelf het hoofd boven water te kunnen houden. Hoe realistisch dat is, blijft de vraag.
Mensen die zich hiervoor willen aanmelden moeten wel in hun achterhoofd houden dat de gemiddelde belasting minimaal 12 uur per week bedraagt en dat er ten minste mbo+-niveau vereist wordt (vanwege bijvoorbeeld complexe formulieren).

Daarna was het woord aan Ria Pool – Meeuwse over initiatieven-collectief Welkom in Delft, en dan specifiek het project Delftse Buur. Een buddy-netwerk waarbij de sociale inburgering centraal staat. Dan kun je denken aan het oefenen van Nederlands, het opbouwen van een sociaal netwerk, de stad leren kennen en de deur uitgaan. Hierbij is voor politiek geen rol weggelegd. Op dit moment zijn er al zo’n zeventig (!) vrijwilligers betrokken bij dit initiatief. Zij worden zelf ook gecoacht vanuit Delftse Buur.
Belasting is minimaal 1,5 uur per week gedurende minimaal drie maanden.
De bedoeling is om vanaf januari ook meer de buddy’s te gaan begeleiden, om eventuele ontstane misverstanden uit de weg te ruimen. Want het is echt niet altijd leuk. Mensen komen tenslotte uit een traumatische situatie en moeten zich op veel vlakken tegelijk aanpassen. Dat kan botsen. Maar er is absoluut oog voor om dit te signaleren en uit te spreken.

Ten slotte was het de beurt aan Helma Sollie van Stichting Present, een landelijke organisatie met een afdeling in Delft. Present richt zich op hele concrete hulpvragen en faciliteert tussen deze hulpvragen en groepen vrijwilligers (bijvoorbeeld bedrijven, studentenverenigingen, kerken) die een kortlopend project willen aangaan.
Present help voornamelijk mensen met een klein of niet-bestaand sociaal netwerk. Hun projecten zijn zowel praktisch als sociaal. Denk aan het tuinonderhoud voor iemand met een beperking, ophogen van een terras zodat een kind in een rolstoel ook naar buiten kan, of het verven van muren in een woning die opgeknapt moet worden.

Na een kort gebed, uitgesproken door pastor Robin Voorn (die even grapte over zijn positie als pastor van de Oude Kerk), kon men onder het genot van een kop koffie of thee meer informatie krijgen van de gepresenteerde initiatieven en zich eventueel ook meteen aanmelden.

Mij geeft deze bijeenkomst, en de onverwacht hoge opkomst, vooral veel hoop. Hoop dat de harde toon die we horen op televisie en in de media wordt getemperd door de compassie en de warmte van zoveel betrokken inwoners van Delft. Ik zou het enorm inspirerend vinden wanneer ook op andere plaatsen in Delft dit soort initiatieven zich presenteren en laten zien dat wij nog steeds solidair zijn met mensen die hier een thuis hebben gevonden nadat ze hun oude thuis hebben moeten achterlaten onder vaak ellendige en gewelddadige omstandigheden.

En dan dringen die woorden uit een kerstspel waaraan ik als kind meedeed zich steeds weer aan mij op, gezongen uit volle borst door Maria (in dit geval mijn zusje): Jouw lege handen zijn het mooiste geschenk voor het Kind. Want wat je aan een ander geeft, dat geef je aan Hem. Hij is al blij dat jij gekomen bent.