Inleiding – Otto Kroesen

Wat de kerk toevoegt aan onze gespecialiseerde maatschappij is wel de compleetheid. Overal doet maar een deel van je mens-zijn mee. Voor dat stukje doe je mee aan een bepaalde groep, cursus, vrijwilligersactiviteiten en zo meer. In de kerk geld je als complete mens, je bent met name geroepen, gedragen, je bent deel van een complete schepping.

Of dat ook altijd zo is? De schepping is nog niet compleet, nog niet voleindigd. De schepping van de mens is nog niet voorbij. Wij leven op de zesde dag van het scheppingsverhaal.

De verschillende activiteiten in dit Dienblad genoemd maken ons daarvan opnieuw bewust. We zijn onderweg. Anderen ook. Kijk voor je, achter je, om je heen en luister.

1. Taizé Viering 5 oktoberAnneke Kroesen

Thema van de viering: Wat wil jij toevoegen? Waaraan wil jij bijdragen? Lees verder

2. Gemeente zondag 12 oktober Voorstraat 60 13:00 uur – Namens het bestuur Hans Breugem

Aan de orde is de enquête en de subsidie en daarmee continuïteit van de kerk aan het Noordeinde en MoTiv Lees verder

3. Reis naar Auschwitz en Birkenau – De groep bezoekers

Samen met Günther Sturms is een groep vanuit de Kerk aan het Noordeinde in de zomer op reis geweest naar Auschwitz. Zij doen op indrukwekkende wijze verslag. Lees verder

4. MoTiv on CampusRenske Oldenboom

De rubriek Motiv on Campus houdt ons op de hoogte van de werkzaamheden van MoTiv aan de TU Delft. Telkens vertelt een van de werkers in het veld iets over vorm, inhoud en doel van deze Motiv-presentie aan de TU Delft. Deze keer Renske Oldenboom over: MoTiv op de markt van welzijn Lees verder

5. Een feestje vieren? – Gé de Joode

Wij krijgen uitleg van het Joodse Purim feest waarbij gevierd wordt dat zo vaak het voortbestaan van Israël een dubbeltje op zijn kant was. Lees verder

6. Het anti-heidens getuigenis – Otto Kroesen

De Schrift is wel vaak het anti-heidens getuigenis genoemd, maar garanties zijn daarmee niet gegeven. Lees verder

1. Taizé-viering 5 oktober

Anneke Kroesen

Op zondag 5 oktober om 11.30 uur zal er een Taizé-viering plaatsvinden.Thema van de viering: Wat wil jij toevoegen? Waaraan wil jij bijdragen?

Liedkeuze is afgestemd op Mattheus 6, over het kleine mosterdzaadje naast een tekst uit Taizé over christenen als gist in de maatschappij.

Muzikale omlijsting is er door een projectkoor o.l.v. Jeroen Bosman. De leiding in de dienst is is in handen van Mechteld van Doorninck. Terug

2. Gemeente zondag 12 oktober Voorstraat 60 13:00 uur

Namens het bestuur Hans Breugem

Op 12 oktober is er een Gemeentezondag na afloop van de kerkdienst op de Voorstraat om 13 uur.

De response op de enquête over de aanvangstijd was heel goed. De uitslag zullen wij op die zondag vermelden. Wij kunnen daarna de volgende stappen zetten, zoveel mogelijk gedragen door jullie wensen. Een beslissing kan nu nog niet genomen worden. De uitslag zal toegelicht worden  door onze nieuwe bestuursleden Anne Ruthi Knevel en Iris Westra.

Ander onderwerp is de uitkomst van het gesprek met de AK van de PGD over de door hen aan ons te verlenen subsidie voor de komende tijd. Van groot belang voor de continuïteit van onze Kerk a/h Noordeinde en MoTiv. Hans Oranje zal het toelichten.

Voor een lichte lunch wordt gezorgd. Terug

3. Reis naar Auschwitz en Birkenau

De groep bezoekers

N.a.v. een vraag van Günther in het Dienblad of er mensen uit de gemeente belangstelling hadden voor deze reis, hebben we een groepje gevormd van 8 personen: Günther, Berlinda, Luitgard, Ton, Nelie, Lau, René, Henriëtte.

Deze reis heeft veel indruk op ons gemaakt.

Op 20 augustus zijn we onder leiding van een gids naar Auschwitz en Birkenau geweest.

We liepen eerst door de tunnel des doods en hoorden de namen van de Joden die hier omgekomen waren. Daarna gingen we door de toegangspoort van het kamp met het opschrift “Arbeit macht frei”.

Het is nauwelijks voor te stellen dat zoveel mensen hier hun dood tegemoet liepen.

We zagen de gaskamers en de crematoria, bergen koffers, brillen, kleding, schoenen, ook kinderschoenen, afgeknipt haar, de dokterskamer waar gevangenen werden onderworpen aan medische experimenten, de gevangenis met o.a. de versterfkamer waar gevangenen werden neergelegd zonder eten en drinken tot ze stierven.

De gevangenen moesten twee keer per dag op appèl staan. ‘s Morgens voor het werk en ’s avonds na het werk. Ze moesten dan vaak uren lang rechtop staan en werden geteld.

We werden er stil van.

Daarna gingen we naar Auschwitz-Birkenau.

Direct zagen we de lange treinrails die onder de toegangspoort door naar het perron liep en waar de gevangenen naar toe werden gebracht in goederenwagons.

Daar beslisten artsen of iemand direct moest worden vergast, of geschikt was voor arbeid.

Die arbeid was heel zwaar, de gevangenen moesten bijvoorbeeld stenen sjouwen, barakken bouwen, of greppels graven. Ontsnappen was onmogelijk en werd zwaar bestraft.

Van dwangarbeiders werd een overlevingsduur verwacht van ongeveer 9 maanden.

Ze sliepen in houten barakken met 400 tot 700 personen die eigenlijk voor paarden waren bedoeld.

Ze mochten maar 2 keer per dag naar de wc en hun kleding werd 1 keer per 3 maanden gewassen.

Ook kregen ze maar heel weinig eten en drinken.

Het was onmenselijk hoe de gevangenen behandeld werden.

Aan het einde van de spoorlijn in Birkenau staat een groot gedenkteken: het Memorial, het Internationale Monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers.

Het staat symbool voor zowel het lijden van de slachtoffers als een waarschuwing aan de mensheid:

dat zoiets nooit meer mag gebeuren.

Toch gebeurt het nog steeds!

In Gaza, in andere gebieden.

Onbegrijpelijk.

Heeft de mensheid niets geleerd?

Hoe kunnen we dit lijden stoppen?

Door zelf in het klein te beginnen, in onze eigen omgeving.

Door niet weg te kijken.

Henriëtte van Harten

Luitgard hield bij het monument een mooie overdenking van Huub Oosterhuis:

Bij alles wat er gebeurt,

afschrikwekkend, mensonwaardig,

open ons hart en verstand

voor wat er ook gebeurt: gerechtigheid die

volbracht wordt, mensen die

zich inzetten ten einde toe en zich houden.

dat onze ogen opengaan voor

die flitsen van een nieuwe wereld

dat wij vindingrijk worden, en

zelfs de kleinste kansen leren

benutten om vrede te stichten

en recht te doen;

dat wij de moed niet verliezen,

dat wij de stem die in ons spreekt van

vrede niet wantrouwen,

als een illusie.

dat wij staande blijven in het

woord dat niets onmogelijk is bij God

Ik zal er zijn.

Auschwitz -Birkenau

Hoe kon de Holocaust plaatsvinden? De enorme ongelijkheid tussen arm en rijk gaat gepaard met een intrinsieke haat die de dood van lichaam en geest ervaart. Religie, vaak gezien als een institutionele overtuiging, is ook een systeem van macht en orde dat onze samenlevingen vormgeeft.

God is liefde

Geloof in Godsliefde

Liefde, een kracht die geen grenzen kent, kent geen ruimte voor haat. Toch is het de goddelijke verbinding die ons de kracht geeft om haat te overwinnen. Zelfs in het aangezicht van de dood is de mensheid de wijsheid van de wederopstanding geschonken.

Lau Langeveld

Boek der Namen

In het Boek der Namen staan de namen, geboortedatum en sterfdatum (zover bekend) van de slachtoffers van de Holocaust. Voor hen van wie de namen niet bekend waren, zijn lege pagina’s opgenomen. Het zien van de enorme grootte en dikte van dit boek (ongeveer 1×1 m en dan een aantal meters dik, met kleine letters) was het moment dat ik pas echt voelde hoe enorm het aantal mensen is dat vermoord is. 

Berlinda Hoexum

In één van de barakken die we bezochten trof mij de volgende tekst: “Those who do not remember the past are condemned to repeat it” (George Santayana)
En ik moest denken aan wat nu in de wereld gebeurt …….
René  van Harten Terug

4. MoTiv on Campus

De rubriek Motiv on Campus houdt ons op de hoogte van de werkzaamheden van MoTiv aan de TU Delft. Telkens vertelt een van de werkers in het veld iets over vorm, inhoud en doel van deze Motiv-presentie aan de TU Delft.

MoTiv op de markt van welzijn

Renske Oldenboom

Niet alleen de kerk, ook de universiteit is het nieuwe studiejaar begonnen.

Het is de opdracht van MoTiv, het studentenpastoraat, om geestelijke zorg aan studenten te bieden. Dat betekent om te beginnen twee dingen: studenten moeten je kunnen vinden en weten wat je te bieden hebt. Daarnaast is het natuurlijk belangrijk dat je een ‘goede naam’ hebt.

Studenten moeten je kunnen vinden

Om onszelf bekend te maken bij studenten is elk jaar opnieuw veel werk voor het MoTivteam (Karen, Renske, Hans, Ton, Jeroen, Gunther en David) in totaal ca 3,5 fte. Joram Bouwmans, de PR-student van MoTiv, speelt hier een grote rol in. Elke week vergaderen we met hem en overleggen wat er moet gebeuren.

Het begint met zoveel mogelijk contacten leggen met studenten die we nog niet kennen. Eerstejaars krijgen een bierviltje met onze gegevens in het rugzakje, nieuwe studentbestuurders van verenigingen krijgen een felicitatiemail, en we zorgen dat allerlei mensen aan de universiteit ons weten te vinden.

De website (www.motiv.tudelft.nl) moet er weer goed en helder uitzien en email uitnodigingen de deur uit. Soms bellen we verenigingen of gaan we bij ze langs voor een kennismaking. Oude contacten worden hernieuwd, we gaan eropuit en worden gebeld en gemaild door nieuwe verenigingsbestuurders ‘Het vorige bestuur zei dat een training bij MoTiv heel nuttig was’, en door studenten die te maken hebben met verlies: ‘ik wil graag meedoen aan de groep, want ik loop een beetje vast’.

Wat is het ‘aanbod’?

Hoe biedt je geestelijke zorg aan op ‘de markt van welzijn en geluk’?

(In zijn boek ontleedt Achterhuis deze markt trouwens als een niet gezond-makende, maar juist een ziek-makende markt, maar daarover een andere keer.)

Wat is het verschil met wat de welzijnsprofessionals bieden?

Rond deze vraag zijn veel misverstanden, en die zijn ook nooit helemaal op te lossen. Zeker niet, wanneer men zich niet heeft kunnen of willen inleven in de bijzondere plaats van MoTiv in kerk en universiteit. Dan lijkt elke uitleg een excuus of met een mooi woord: apologie.

Om maar wat te noemen: pastores zijn geen therapeuten en werken niet met een medisch model van diagnose – behandeling – genezing.

Wij werken met het ‘model’ van de pastorale zorg: luisteren, aandacht, even-menselijkheid in de Naam van de Eeuwige, ruimte maken voor een ander zodat diegene kan groeien in menszijn.

Dat komt in al ons aanbod terug.

Maar er zijn ook overeenkomsten. Geïnterviewd naar aanleiding van haar boek ‘in therapie’ zegt Lena Bril over therapie (VK 240925): ‘Therapie is een soort spiritualiteit in een pragmatisch jasje’. Spiritualiteit, zeker, aandacht voor de ziel, dus dit zou je ook over MoTiv kunnen zeggen. Bij MoTiv hebben we ook een ‘pragmatisch jasje’, je kunt niet zonder als je niet in de gemeente of parochie werkt, maar we proberen in onze taal toch duidelijk te maken dat we toch vanuit een ander model werken. Voor ons heet dat een pastoraal model, maar je begrijpt dat het geen zin heeft om dat aan de hulp-zoekende student of promovenda uit te leggen.

We helpen studentenbesturen om goed te besturen en samen te werken met oog voor waarden en elkaar, we ‘coachen’ individuele studenten met uiteenlopende problemen en we luisteren naar studenten die rouwen. We brengen ze bij elkaar voor een gesprek over hun rouw, hun hoop, de liefde, angst en de toekomst. Een gesprek dat vaak nog nooit gevoerd is.

Traditioneel organiseren we ook, als het even kan, reizen met een verdiepend karakter, met aandacht voor bezinning en gesprek, dat is hoognodig voor veel studenten in een volbezet bestaan. Een Rest- and Reflection weekend om even op adem te komen, reizen naar kathedralen in Frankrijk (Günther en Alexander de Ridder) en naar Leipzig over Bach, Luther en de Wende. En de jaarlijkse reis naar Auschwitz. Daar worden gemeenschappen gesmeed en normen en waarden tegen het licht gehouden. En dat is precies wat een pastorale opdracht inhoudt: mensen zien in hun talenten en waarden, ruimte maken voor de Ander en gemeenschap vormen. Het ‘pragmatische jasje’ is te vinden op onze website voor studenten Het spirituele gesprek vindt plaats in een heilige ruimte. Terug

5. Een feestje vieren?

Gé de Joode

Het was mij opgevallen dat het joodse volk op veel meer momenten iets herdenkt dan het christendom, al dan niet met een feestje. Zo hoorde ik vaak spreken over het Purim-feest.

Ik wilde weleens weten waar dat voor diende. Ik vond gegevens in het 9e hoofdstuk van het bijbelboek Esther vanaf vers 20.

Al studerende kwam ik eerst iets merkwaardigs tegen over het boek Esther. Zowel joden als christenen zijn zich al gauw gaan afvragen of het boek Esther (en overigens ook Hooglied) wel in de Bijbel thuishoorde. Dit omdat God in de oorspronkelijke teskst niet eens wordt genoemd, en omdat het daarin genoemde feest van Purim (ook wel Puriem) van heidense oorsprong zou zijn. Eigenlijk wel vreemd, vond ik, want de naam Esther betekent ‘Ik die verborgen ben’. God wordt dan weliswaar niet genoemd, maar is dan toch (op de achtergrond) wel degelijk aanwezig. Of niet soms ?

Hoe dan ook, aan het bezwaar dat God er niet in voorkomt, werd tegemoet gekomen door aan het boek in totaal 107 apocriefe verzen toe te voegen, die in sommige katholieke vertalingen de hoofdstukken 11 t/m 16 vormen, maar in de Nederlandse Willibrord Vertaling als aanvullingen A t/m G in de lopende tekst zijn opgenomen. Alles wat er gebeurt schrijven die toevoegingen toe aan God. Zo is het boek in overeenstemming gebracht met de strekking van de andere verhalen in het Oude Testament. Overigens heeft het boek Esther in de Statenvertaling maar 10 hoofdstukken.

Wat de heidense oorsprong betreft: het feest van Purim is wel in verband gebracht met het Babylonische en het Perzische nieuwjaarsfeest, respectievelijk het Puhru en het Purdighan.

Purim wordt namelijk gevierd op de 14e en 15e van de maand Adar (februari/maart) die de laatste is van het bijbelse jaar. Zie Esther 9:26-32

PURIM is het ‘Lotenfeest’ en in Israël altijd de dag van pret, van jool, geweest en is nog altijd populair. In populariteit kan geen andere feestelijke dag ermee wedijveren.

Purim vraagt geen offers, dan alleen die welke men graag brengt. Het verlangt geen werkonthouding, geen sluiting van zaken, geen onderbreking in bedrijf, beroep of ambt. De bezigheden gaan voor.

Het vraagt het houden van een maaltijd, met ‘verplicht’ eten en drinken en vreugde maken.

Het vraagt ook het weldoen aan de armen, om de vreugde van Purim ook in hun huizen te brengen.

Het voert te ver om het hele verhaal zoals in Esther beschreven te herhalen of samen te vatten. Ik acht de inhoud bij de lezers als bekend.

Het conflict tussen Haman en Mordechai wordt een plotselinge bedreiging voor heel het Joodse volk.

Haman, de geweldige, heeft niet genoeg aan de dood van Mordechai. Hij verlangt het leven van alle Joden. En hij krijgt van koning Ahasvéros toestemming om zijn voornemen ten uitvoer te brengen.

Haman stelt bij loting (vandaar de naam ‘Lotenfeest’) de datum van de uitroeiïng vast.

Dat is de 14e Adar. Purim komt van het Perzische woord ‘Pur’, dat ‘lot’ betekent.

We weten uit het verhaal dat alles ‘op zijn pootjes’ terecht kwam en dus reden was om een feest te vieren.

Tenslotte: Haman is hebreeuws (Haman) voor ‘welgezind’. Zo is Mordechai hebreeuws (Mordekay) voor ‘uitblinker’ of ‘toegewijd aan (de godheid) Marduk’, waarbij Marduk een Babylonische godheid is. En Ahasvéros is hebreeuws (Ahasweros) voor ‘de machtige’.

Het bewijst maar weer eens dat de oorspronkelijke bijbelteksten in sommige bijbelvertalingen aangepast zijn aan de opvattingen van de heersende tijd.

Zullen wij ook eens een feestje houden met ‘verplicht’ eten en drinken? Terug

6. Het anti-heidens getuigenis

Otto Kroesen

In kringen van Bijbelgeleerden na de Tweede Wereldoorlog werd de Bijbel wel het “anti-heidens getuigenis” genoemd. Eigen volk eerst! Volg de leider (Führer)! Dat is ellebogenwerk en anderen onder de voeten lopen. Openbaring betekent dat de ander in samenwerking met De Ander zulk ego-logisch gedrag verstoort. Als volk of als individu, je doet wat in je eigen belang is en neemt de ander niet eens waar. Dat is heidendom. Daar gaat de bijbel tegenin.

Kenmerkend joods is dat de wereld die komt groter gewicht heeft dan je eigen drang naar succes en grootheid. De profeten in het oude testament bekritiseren de machthebbers van eigen volk en andere volken zonder onderscheid. Dat spoor hebben de joden in de (tweeduizend jaren lange!) diaspora voortgezet, gemarginaliseerd, vaak vervolgd, onzeker in hun bestaan als ze waren.

In de Talmoed wordt het Romeinse Rijk vaak gelijkgesteld met Ezau, de Edomiet, die nietsontziend rivaliseert met zijn broer Jacob. Jacob moet uitkijken. Hij moet slim zijn, want anders wordt hij onder de voet gelopen. Abraham moest al slim zijn in Egypte. Hij vertelde iedereen dat zijn vrouw Sarah niet zijn vrouw was maar zijn zus. Zo’n mooie vrouw zijn vrouw te noemen zou zomaar de dood tot gevolg kunnen hebben. Beter om te liegen.

Maar ja, steekt dan niet het heidendom weer de kop op? Levinas, de joodse filosoof uit de vorige eeuw, zegt: mijn naaste familie, dat zijn ook mijn naasten! Je kunt nog zo goed de ultieme gerechtigheid in het vizier willen houden, je moet ook overleven. Dus, waar de heidense volkeren Israël erkennen, en de openbaring aan Israël erkennen, daar ben je veilig en kun je samenleven. Waar dat niet zo is moet je toch ook opkomen voor jezelf. Zo nodig keihard. Nogmaals: steekt daarin opnieuw het heidendom de kop op?

Nu is er ook nog een nieuw testament: de christelijke weg. Dat is de weg van zelfopoffering. Christus laat alle zelfbevestiging achter zich en ook zijn volgelingen dragen dit kruis en zo komt de beloofde toekomst naderbij, nader in elke nieuwe stap. Grote zelfopofferingen leiden tot kleine stappen voorwaarts. Door deze handelwijze heeft de kerk het Romeinse Rijk op de knieën gekregen.

Maar ja, steekt niet weer het heidendom de kop op? Is niet de facto de christelijke weg een weg van hele kleine offers en nog kleinere stapjes voorwaarts? Je kunt haast niet merken dat er vooruitgang is: pas op de plaats.

En dan nog dit: de heidenen vallen nog wel eens mee! De Arabische stammen hebben zich ooit aaneengesloten tegen de machtspolitiek van het Oost Romeinse Rijk, onder leiding van een nieuwe Mozes, Mohammed genaamd. Omdat joden en christenen compromissen sloten (lees: heidense wegen bewandelden) ter wille van eigen belang en eigen overleven, stond De Ander opeens aan de kant van de islam in het zoeken naar gerechtigheid.

Kortom, iedereen heeft gelijk en ongelijk, tegelijkertijd, tot op de huidige dag. Dat volkeren botsen is rampzalig, maar als ze allen ook nog eens het recht aan hun kant hebben, hoe dan verder? Het is als met ex-huwelijkspartners die ooit getrouwd waren en nu beland zijn in een vechtscheiding en erger.

Het is onze huidige wereld: de volkeren zijn bang voor elkaar. Door de problematiek van het klimaat staan we aan de vooravond van onoverzichtelijke en ingrijpende veranderingen (worden we allemaal nomaden?). Er is een nauwelijks verhulde “scramble” aan de gang om grondstoffen en hulpbronnen. Ieder volk plaatst zichzelf inmiddels eerst, en de anderen, die moeten maar zien.

Maar wij zijn toch een gesprek met elkaar! Kan de dialoog onze redden van onze monomane logica’s? Als ik bid, bid ik niet tegen of voor een van de strijdende partijen. Ik bid dat alle partijen van hun eigen logica worden afgebracht. Want als het om de openbaring gaat, heeft ieder volk en traditie zijn eigen betere openbaring. En sommigen doen het zonder openbaring. Maar voor de verlossing hebben we elkaar nodig. Niemand kan deze wereld alleen verlossen. Zo bid ik. Terug