Inleiding – Otto Kroesen

Aan het einde van het seizoen ademen we uit bij een afsluiting met een lunch op 28 juni. Wie lang uitademt gaat vanzelf daarna of tegelijkertijd happen naar lucht. Beide, einde en nieuw begin, zitten in dit Dienblad.

We zijn allemaal op zoek hoe het verder moet. Hans Oranje is op zoek naar mensen, Gé de Joode is op zoek naar financiën, Anne Ruthi en Otto Kroesen zijn op zoek naar de volgende generatie en de Kerngroep rond fascisme is op zoek hoe een terugval in voorchristelijke tijden te voorkomen. Hans van Drongelen is op zoek naar sterke koffie voor de TU.

Getuigt dat van pessimisme? Nee hoor, want pessimisme en optimisme zijn geen kerkelijke termen. We moeten een onderscheid maken tussen hoop en geloof. Hoop hebben we altijd voor zaken die ons bekend en vertrouwd zijn. We zijn eraan gehecht en willen graag dat het zo doorgaat en dat hopen we dan. Geloof doemt op aan de grenzen van de hoop. Wanneer we niet meer weten hoe het verder moet, betreden we in geloof onbekend terrein.

Zal er in de toekomst nog zoiets als kerk zijn? Wel en niet. Toen aan Luther gevraagd werd hoe het zou zijn als hij buiten de kerk (toen de katholieke kerk) geplaatst zou worden, zei hij: dan sta ik direct onder de hemel.

Soms denk je onder de hemel te staan, en dan dringt ineens tot je door dat het een afdakje is.

Wat wij in dagelijks gebruik onder kerk verstaan kan een afdakje zijn. De Kerk, nu met een hoofdletter, was, is en zal zijn. Aan het eind van het Dienblad heb ik daarover zelf een klein troostrijk en uitdagend stukje geschreven.

1. Gemeentemiddag afsluiting 28 juni 12:30 uur Voorstraat 60 – Martijn Bruggeman

Zoals telkens wordt ook dit jaar besloten met een gemeenschappelijke lunch. Iedereen neemt wat mee. Wel graag een kaartje bij zodat diëeters weten wat erin zit. Lees verder

2. Website, Dienblad, en Gemeenteprofiel, woensdag 17 juni 20:00 uur Voorstraat 60  – Anne-Ruthi Knevel en Otto Kroesen

Hoe weten mensen ons te vinden? Waarom zouden ze ons moeten vinden? Over het bereiken van een nieuwe generatie. Lees verder

3. Wat kun je in de kerk vinden? – Anne-Ruthi Knevel

Anne-Ruthi vertelt wat haar aanspreekt en wat haar generatie zou kunnen aanspreken in de kerk. Lees verder

4. De kerkenraad heeft mensen nodig – Hans Oranje

Hans Oranje en de kerkenraad heeft mensen nodig. Lees verder

5. Code rood voor financiën – Gé de Joode

Gé de Joode roept op tot meer financiële ondersteuning voor de diensten. Lees verder

6. Niets doen is geen optie – Kerngroep Opstanders voor democratie – KahN

Een kerngroep neemt initiatief en doet verslag van activiteiten rond bewegingen met fascistische neigingen. Lees verder

7. Motiv on campus

De rubriek Motiv on Campus houdt ons op de hoogte van de werkzaamheden van MoTiv aan de TU Delft. Telkens vertelt een van de werkers in het veld iets over vorm, inhoud en doel van deze Motiv-presentie aan de TU Delft. Ditmaal: Oploskoffie, door Hans van Drongelen Lees verder

8. Naam en bestemming – Otto Kroesen

Is de kerk er altijd geweest? Ja, zegt Otto, als het gaat om naam en bestemming. Lees verder

1. Gemeentemiddag afsluiting 28 juni 12:30 uur Voorstraat 60

Martijn Bruggeman

Op 28 juni sluiten we ons seizoen af met een Gemeentemiddag om 12.30/12.45 uur (locatie Voorstraat) inclusief een lunch. Aan iedereen de oproep om iets lekkers (salade etc.) te maken. Bij voorkeur ook voorzien van een klein kaartje met de gebruikte ingrediënten.
Van harte uitgenodigd!

2. Website, Dienblad, en Gemeenteprofiel, woensdag 17 juni 20:00 uur Voorstraat 60

Anne-Ruthi Knevel en Otto Kroesen

Een schil van betrokkenen

Het Dienblad en de Website hebben het doel om breder aandacht te trekken. Ze zijn er niet alleen om de bestaande groep te informeren. Ze moeten er leuk en aantrekkelijk uitzien. Ze moeten ook laten zien wat de Kerk aan het Noordeinde meer te bieden heeft. Waaruit bestaat dat “meer”?

De winkel

Buiten staan wat spullen die de aandacht vangen. Binnen staan de wat degelijkere producten. Dingen die iedereen nodig heeft. Dieper in de winkel staan de echte kostbaarheden. De betekenis van de vergelijking: op een Taizé dienst komen mensen af (als die in de krant staat). Een website is een visitekaartje. Het Dienblad lokt mensen verder de winkel in (lukt dat?). De Cantorij biedt waar ook voor specialisten. De kerkdiensten en de liturgie zijn de kern maar een kern is niks zonder uitstraling.

Wat hebben we bij de staart?

Anne-Ruthi Knevel en Otto Kroesen begonnen te praten over aantrekkelijker maken van Dienblad en Website. Het gesprek kwam op de winkel en de schil. Er blijkt een kamervullende olifant vast te zitten aan die staart: een vraag naar aansprekende inhoud, de overtuiging dat het mogelijk is daar mensen die nu nog buiten staan bij te betrekken, voortekenen dat dat ook het nodige overhoop haalt. Dat brengt ons bij het kernpunt:

Wie zit op ons te wachten? Op wie wachten wij?

Er is een jongere generatie die de leegte voelt en openstaat voor een vaag soort religiositeit en verdieping. Het mag niet dogmatisch zijn maar moet wel diepgang hebben. Dat heeft het gewone leven te weinig. Maar ze zijn ook druk met werk, kinderen, vele andere activiteiten, weinig ruimte in de agenda. Maken ze die ruimte een keer, dan denken ze: wat goed! Waarom doen we dat niet vaker?! Deze – noem het – “doelgroep” zit misschien wel op de juiste aanspraak te wachten.

Een programma

– “Spirituele bronnen” voor en in samenwerking met basisscholen

– Taizé diensten, en andere kerkdienst-achtige evenementen op zondagen en daarbuiten met goede publiciteit

– Gespreksgroep met dynamische deelname (opnieuw het verhaal van kern en schil) en thema avonden.

– Diensten die qua vorm en inhoud goed verzorgd zijn (doen we dat nu?).

– Activiteiten gericht op gemeenschapsopbouw

Website en Dienblad

Hoe maken we van het Dienblad meer dan een mededelingenblad? Hoe zorgen we dat de Website een sterkere indruk geeft van aan de Kerk aan het Noordeinde gerelateerde activiteiten?

Hoe zorgen wij voor dat de winkel niet alleen een voorkant heeft maar ook inhoud? Terug

3. Wat kun je in de kerk vinden?

Anne-Ruthi Knevel

Laatst kreeg ik dit artikel van Josha Zwaan doorgestuurd. Het stuk komt bijna 1 op 1 overeen met mijn ervaring met het geloof en de kerk. Weerzin en verlangen.

Ik ben christelijk opgevoed (mijn vader was predikant in Heerde, Koudekerke en Zeist), niet streng, maar wel elke week naar de kerk. Het geloof hoorde er gewoon bij. Tijdens mijn studententijd werd ik sceptisch, en voelde ik me na een tijdje wat bij de neus genomen. Hoe kon men dit als zo vanzelfsprekendheid presenteren, in de ‘echte’ wereld merkte ik maar weinig van diezelfde normen en waarden en geborgenheid die ik wel had ervaren in de kerken waar mijn vader predikant was. Zoals zo velen ging ik me er heftig vanaf zetten, ook vanwege mijn ervaring met de meer evangelische kringen (via een vriendje) die er in mijn beleving wat extremere standpunten op nahielden. En toch bleef het verlangen naar ‘ergens bij horen’ bestaan. Een plek waar ik niet word beoordeeld op wat ik kán, maar waar ik er mag zijn, zonder harde voorwaarden. 

Pas nu ik zelf een kind heb merk ik hoeveel mooie dingen ik van mijn christelijke opvoeding heb meegekregen, en hoe ik dat niet zo snel op eenzelfde manier kan terugvinden in de ‘seculiere wereld’. Ik zou haar graag dezelfde dingen willen meegeven die ik ervan heb geleerd. Maar hoe dan, en waar vind ik die? Ik geloof niet dat ik (en mijn man) dat alleen kunnen doen. Wij hebben daar ook niet altijd de juiste handvatten voor.

Ook vind ik het hedendaagse leven van jonge gezinnen soms vrij druk en stressvol. Werk, familie door het hele land, kind, het zit al vrij snel vol. Soms kan dat best een ‘leeg’ gevoel geven. Er is weinig ruimte voor reflectie, stilstaan, bezinning en betekenisgeving… Waar haal je, in die drukte, dan je hoop en inspiratie vandaan? 

Ik denk dat er meer mensen zijn die naar wat ik hierboven beschrijf op zoek zijn. Het artikel van Josha Zwaan bevestigt dat. En ik geloof dat kerken een rol kunnen spelen in dat groeiende verlangen van mensen. De vraag is alleen: hoe kan je voor die groeiende groep wat betekenen als kerk? Wat spreekt hen aan? 

Op 17 juni (20:00, Voorstraat 60) organiseren Otto en ik een avond om het over het dienblad en de website te hebben en over ons gemeenteprofiel. Dat gaat indirect ook over hoe je andere groepen kan aanspreken en wat daarvoor nodig is. Aanmelden kan bij ottokroesen@gmail.comTerug

4. De kerkenraad heeft mensen nodig

Hans Oranje

Veel leden van onze oecumenische gemeenschap zijn lid van de protestantse wijkgemeente Kerk aan het Noordeinde. De kerkenraad van de wijkgemeente is in onze gemeenschap de partner van de katholieke stichting Theofoor. De leden van de kerkenraad en de bestuursleden van Theofoor zijn tevens lid van het oecumenisch bestuur voor kerk & campus van onze gemeenschap. Op verzoek van het bestuur Theofoor is in de praktijk alleen het bestuurslid Alexander de Ridder agenda-lid van het bestuur.

De afgelopen tijd zijn verschillende leden van de kerkenraad gestopt. Met het oog op een mogelijke beroepingsprocedure in het najaar voor een nieuwe protestantse studentenpastor (de financiën zijn nog niet zeker!) is het van belang om de kerkenraad weer op volle sterkte te krijgen. Op dit moment zijn er vacatures voor diakenen en ouderlingen.

We nodigen je uit om aanbevelingen te doen van mensen die je geschikt vindt om lid te worden van de kerkenraad. Uiteraard mag je jezelf ook opgeven. Alle leden van de gemeenschap van 18 jaar en ouder kunnen een persoon aanbevelen. De persoon die je aanbeveelt moet 18 jaar of ouder zijn en als belijdend lid of dooplid staan ingeschreven bij de wijkgemeente Kerk aan het Noordeinde (of zich naar onze wijkgemeente willen laten overschrijven). Met de aanbevolen personen zal een gesprek worden gevoerd. Als er meer mensen bereid zijn om lid te worden van de kerkenraad dan er vacatures zijn, dan vindt er een verkiezing plaats. Als er evenveel of minder mensen bereid zijn om lid te worden van de kerkenraad, dan zijn deze mensen verkozen. In een volgend Dienblad zullen we bekend maken welke mensen bereid zijn om lid te worden van de kerkenraad. Daarna is er een periode waarin leden van de gemeente bezwaar kunnen maken tegen de bevestiging van deze mensen als lid van de kerkenraad van de wijkgemeente.

Aanbevelingen voor nieuwe leden van de kerkenraad kunnen tot en met 30 juni per e-mail worden gezonden aan Hans Oranje: horanje@xs4all.nl. Terug

5. Code rood voor financiën

Gé de Joode

Bedelen is aalmoezen vragen om in het levensonderhoud te voorzien. Bedelen wordt, hoewel vaak  gezien als ongewenst, veelal stilzwijgend getolereerd. In de meeste religieuze en spirituele tradities wordt het als een deugd gezien om aan de armen te geven. In het Verre Oosten bestaan bovendien zogenaamde ‘bedelmonniken’.

Een ‘bhikkhu’ (Sanskriet) is een boeddhistische monnik. Deze benaming betekent lettrlijk ‘bedelaar’ of ‘bedelende monnik’, al is het de bhikkhu niet toegestaan om al vragend te bedelen. Stil staan en wachten is wel toegestaan, zodat de giften op een spontane manier gegeven worden. Hij is aldus voor zijn levensonderhoud totaal afhankelijk van wat anderen hem geven, ook al is de individuele voorkeur van de bhikkhu misschien anders.

Lezen we nu voor ‘armen’ de Kerk aan het Noordeinde en voor ‘levensonderhoud’ het voortbestaan van onze gemeente, dan moge gezien het financiële resultaat over de eerste vijf maanden van dit jaar de boodschap duidelijk zijn.

Neem een boodschap alstublieft ter harte en doe er iets aan. Terug

6. Niets doen is geen optie

Kerngroep Opstanders voor democratie – KahN

Op de drukbezochte gespreksavond over het opkomend fascisme op 9 april jl is een kerngroep gevormd die zich buigt over de vraag hoe wij kunnen opkomen voor de democratische waarden in onze samenleving.

Inmiddels is deze kerngroep, die bestaat uit Ria Breugem, Berlinda Hoexum, Henri van der Veen en René van Harten, tweemaal bijeengekomen en in gesprek met de Citykerk Delft,

de Stichting Delftse Studentenstaking ’1940 en heeft meerdere interessante ontmoetingen gehad n.a.l.v het bezoeken van diverse Delftse initiatieven rond bovenstaand thema.

Zo kwamen wij in contact met Willem-Jan Pijnacker-Hordijk, die joodse rondleidingen verzorgt en Ds Barry Kriekaard via de Regenboogviering in de Hofkerk.

Uiteraard bezochten we het theatercollege van Rosan Smits, de schrijfster van het boek

‘Dit is fascisme’ en ondersteunden we de ‘kaartenactie’ van ds Fred van Helden ter ondersteuning van de AZC’s in Loosdrecht.

De kerngroep gaat verder onder de naam: Opstanders voor democratie – KahN, van passieve omstander naar actieve opstander!

Als doelstelling formuleerden wij dat wij vanuit christelijke inspiratie, willen opkomen voor democratische waarden en willen opkomen voor minderheden die in de knel komen nu het extreem-rechtse gedachtengoed verder voortschrijdt.

In de komende periode blijven wij in gesprek met verschillende mensen en organisaties om te werken aan onze doelstelling en om gezamenlijk een krachtig geluid te laten horen in de Delftse samenleving. Dit sluit aan bij het appèl dat Rosan Smits uitsprak, dat het de hoogste tijd is dat de ‘zwijgende meerderheid’ zich nu actief mengt in het maatschappelijk debat.

In de komende Vredesweek van 19 t/m 27 september met als thema “Niets doen is geen optie”, leveren wij graag een bijdrage in onze viering op zondag 20 september en zullen we Dhr van Ginhoven, voorzitter van de Stichting Delfste Studentenstaking ‘1940 uitnodigen om later in de week een lezing te verzorgen, mogelijk in samenwerking met andere Delftse kerken.

Wij houden jullie graag op de hoogte en zullen in het volgend seizoen weer een avond beleggen om jullie te informeren over onze activiteiten en daarover met elkaar in gesprek gaan. Terug

7. MoTiv om Campus

De rubriek Motiv on Campus houdt ons op de hoogte van de werkzaamheden van MoTiv aan de TU Delft. Telkens vertelt een van de werkers in het veld iets over vorm, inhoud en doel van deze Motiv-presentie aan de TU Delft.

Oploskoffie

Hans van Drongelen

Wat mij vanaf mijn aanstelling in het begin van de jaren 90 regelmatig op de TU in de omgang met studenten en staf heeft getroffen is de opvatting dat techniek onze problemen zal oplossen. Daar heb ik wel aan moeten wennen. Ik was opgeleid om de geloofszekerheden die in dogma’s waren dichtgetimmerd te problematiseren. Over oplossingen hadden wij het niet. En als er al iets van een oplossing was werd die door een veranderende cultuur snel onklaar gemaakt. 

Dit oplossingsgericht denken trekt me nog altijd aan, vooral omdat dit denken in daadkracht wordt omgezet. Daar hebben problematiserende theologen vaak moeite mee. Met bewondering kijk ik naar wat de TU-er tot stand weet te brengen. Geweldig! Maar deze positieve mentaliteit heeft ook een schaduwkant: als deze toegepast wordt op het leven als geheel kan het schadelijke gevolgen hebben. Ik maak herhaaldelijk mee dat het voor studenten een schok is om geconfronteerd te worden met grote tegenslagen. Ze weten dat iedereen met ervaringen van bijvoorbeeld ernstige ziekte en/of sterven geconfronteerd wordt, maar als het zich voordoet in de enge vrienden- of familiekring, dan krijgt het leven opeens een ander gezicht. De daadkracht verdwijnt, verslagenheid en machteloosheid nemen het over. De concentratie, de energie en de motivatie verdwijnen als sneeuw voor de zon. En daar duikt het spook van de studieachterstand dreigend op. Hier valt niets op te lossen, wat nu?

Als ik professionals (politici zijn er ook goed in) hoor zeggen dat ze de problemen gaan oplossen, ben ik op mijn hoede. Aha, denk ik dan, hier wordt oploskoffie geserveerd! Een flinke hoeveelheid kokend water en een schepje poeder en klaar zijn we. Met een slap bakkie als resultaat. Dat ‘we’ alles gaan oplossen is makkelijk gezegd maar ziet de weerbarstigheid van het leven over het hoofd.

Op de Voorstraat schenken we ook koffie, maar zeker geen oploskoffie. Daar maken we duidelijk dat een crisis tijd en aandacht vraagt. Bij ons geen zogeheten quick fix, maar een diepgaand en voor sommigen zelfs tijdrovend proces van herstel, wat bestaat uit het delen van ervaringen en gevoelens, het verkrijgen van nieuwe inzichten, het leren omgaan met tegenslag en verlies en hopelijk het hervinden van evenwicht. Om gesterkt en met meer oog voor de onoplosbare kanten van het leven verder te kunnen gaan. Terug

8. Naam en bestemming

Otto Kroesen

Het schijnt zo te zijn dat bij de oude Germanen vrouwen en kinderen geen naam kregen. Dat was niet nodig. Die hadden geen historische rol. De mannen waren de spraakmakers en de sprekers. Zij moesten de stem van de voorouder in de stam levend houden en dat hield de boel bij elkaar. Het beraad van de mannen in de stam handhaafde de onderlinge discipline, die natuurlijk vooral nodig was onder de mannen zelf, want de grootste opdracht was wel onderlinge strijd tussen die mannen uit te bannen. Daartoe diende vooral het incesttaboe en daartoe waakte de stam over de huwelijken. Want waar vochten de mannen om? Wel, dat laat zich raden. Hoe dat ook zij, wie een maatschappelijke rol had en een taak, die moest een naam hebben en verder was het niet nodig.

In onze tijd lijkt het net andersom. Grote organisaties, protocollen en functieverdelingen maken van mensen zelf vervangbare elementen en de Kunstmatige Intelligentie in onze dagen laat zien hoe ver dat kan gaan. De enige rest van bestaan als persoon, bestaan als uitzondering op de regel, met unieke creativiteit en verantwoordelijkheid, is nog: je naam!

Ik herinner me nog hoe bij een literaire lezing op de TUDelft Gerrit Krol als spreker optrad en de volgende vergelijking naar voren bracht: het is alsof je een horloge uit elkaar haalt met heel veel priegelig kleine onderdelen en je probeert het daarna weer in elkaar te zetten. En kijk, je houdt altijd een paar onderdeeltjes over. Het lukt niet alles terug te krijgen. En zie! Het horloge loopt toch! Ik, de ik die ik ben, mijn naam, mijn bijzonderheid, is als een van die overtollige onderdelen die best weg kunnen – en het horloge loopt toch. – Ik heb het onthouden omdat ik de ironie ervan zo prachtig vond.

Onze naam, waarmee wij geroepen worden, is verbonden met ons innerlijkste zelf! Als je je naam hoort roepen, keer je je al om, voordat je erbij denkt. Opmerkelijk toch!

In ons moderne tijdsgewricht is het misschien vooral dat waartoe wij als kerkelijke gemeenschap op aarde zijn. Is dat een kleinigheid? Als ik niet meer bij mijn naam genoemd wordt, loopt mijn bestaan uit de rails… Dan ga ik gekke dingen doen.

Fijne vakantie! En: geen gekke dingen doen…! Terug